Gent

Plaatsen > Gent

Gent (Frans: Gand ) is de hoofdstad van de Belgische provincie Oost-Vlaanderen en van het arrondissement Gent en is de grootste stad van België in oppervlakte. Gent telde 225.956 inwoners in 2001. De stad ligt aan de samenvloeiing van de Schelde en de Leie . In het Hof Ter Walle het latere Prinsenhof werd de latere Keizer Karel geboren.

Deelgemeenten

  • Afsnee
  • Desteldonk
  • Drongen
  • Gentbrugge
  • Ledeberg
  • Mariakerke
  • Mendonk
  • Oostakker
  • Sint-Amandsberg
  • Sint-Denijs-Westrem
  • Sint-Kruis-Winkel
  • Wondelgem en
  • Zwijnaarde.

Gent verloor sedert 1977 (246.171 inwoners) zeer veel inwoners aan de Gentse randgemeenten. Door de instroom van migranten is het bewonersaantal sedert 1999 weer aan het stijgen.

Geschiedenis
Reeds in de Gallische (of Keltische ) tijd waren er meerdere woonkernen in de streek. De naam Gent zou afkomstig zijn van het Keltische Ganda. Ganda betekent samenvloeiing de samenvloeiing van de rivieren Leie en Schelde .

De rivieren stroomden en kronkelden in een gebied waar veel gronden periodiek onder water liepen (de meersen) en die dus niet ideaal waren voor landbouw maar beter geschikt voor schapenteelt . Gent zou eeuwenlang de belangrijkste stad van de Nederlanden zijn voor laken (gemaakt van wol ) vlas (met in de 19e eeuw de grootste vlasfabriek van West-Europa) en katoen (de eerste geïndustrialiseerde stad van het vasteland ook het Manchester van het vasteland genoemd.)

Gent had vanaf de zevende eeuw twee grote abdijen (Sint Baafs 625-650 en Sint Baafs na 650) die mee de stad hielpen vormen. De stad moet rond 800 belangrijk genoeg geweest zijn opdat Lodewijk de Vrome zoon van Karel de Grote Einhard tot abt van beide abdijen benoemd. Einhard was de biograaf van Karel de Grote .

In 851-852 en opnieuw in 879-883 verwoestten de Vikingen de stad en vestigden zich lange tijd aan de Schelde (huidig Duivelsteen Sint-Baafs Biezekapelstraat). Kort daarna aan het einde van de negende eeuw werd een castrum opgericht door Boudewijn II de Kale op de plaats van het huidige Gravensteen . De bewoners hergroepeerden zich waarschijnlijk daar (Oudburg) en op de Graslei aan de Leie. Gent groeide uit verschillende kernen samen tot een grote stad.

Vanaf het jaar 1000 was Gent gedurende honderden jaren de grootste stad van de Nederlanden (tot rond 1550). Groter dan Londen Keulen. Buiten Italië was enkel Parijs groter. Keizer Karel zei van Gent mettrai Paris dans mon Gant” (Ik zou Parijs in mijn handschoen/Gent steken.)

Gent was altijd een rebelse stad. De burgers vochten er honderden jaren tegen de vorsten om hun privileges of vrijheden te vrijwaren. In de zestiende eeuw speelde Gent een belangrijke rol in de opkomst van het Calvinisme . Tussen 1577 en 1584 was er in Gent een Gentse Calvinistische Republiek gevestigd. Toen werd ook de eerste Gentse ( theologische ) universiteit opgericht (in het Pand vandaag gerestaureerd en eigendom van de Universiteit Gent in 1817 opgericht door Willem I ). Na 1584 weken vele Calvinisten uit naar Nederland.

Gent zou in de 17e en 18e eeuw weer de grootste stad van België worden (en dat blijven tot de hongersnood van 1845-1848) en aan het eind van de 18e eeuw zou het als eerste stad van het vasteland industrialiseren onder andere omdat Lieven Bauwens een spinmachine uit Engeland smokkelde.

Gent zou wel varen onder de Franse en Nederlandse tijd (kanaal Gent-Terneuzen) omdat het met zijn textielindustrie grote markten kon bedienen. Na 1830 bleef een groot deel van de Gentse burgerij oranjegezind hoewel de meerderheid van de orangisten liefst Frans sprak. Na 1848 gingen de orangisten op in de Liberale Partij.

Gent is ook de stad waar de eerste moderne vakbonden van België het licht zagen en waar de socialistische beweging ontstond. Eduard Anseele de leider van de Gentse socialisten zou echter eerst in Luik verkozen worden als parlementslid.

In 1913 werd in Gent een wereldtentoonstelling georganiseerd.

Gent is vandaag de grootste onderwijsstad van België met onder meer de Universiteit Gent (24.000 studenten) Hogeschool Gent (14.000) Arteveldehogeschool (7000) Hogeschool Wetenschappen en Kunst Hogeschool Sint-Lieven (5000) de Internationale Zang- en Ademhalingsschool Prof. Léon-Bernard Giot( 2.500 ). In totaal studeren er meer dan 50.000 studenten in het hoger onderwijs.

Bezienswaardigheden
Gent is voornamelijk een toeristische topper dankzij z’n historische (middeleeuwse) binnenstad met onder meer volgende bezienswaardigheden:

  • het Gravensteen
  • het Stadhuis
  • het Sint-Jorishof oudste hotel van Europa
  • het Gerard de Duivelsteen
  • de Sint-Jacobskerk
  • de Sint-Michielskerk
  • de Sint-Pietersabdij
  • de Sint-Baafsabdij
  • de Gentse Opera zelfde gebouw als in Namen
  • de Vrijdagmarkt
  • het Belfort,
  • de beroemde draak,
  • Pierke Pierlala,
  • Gentse feesten

De drie torens van Gent

  • het Belfort
  • de St.-Baafskathedraal (oorspronkelijk de Sint Janskerk) met het wereldberoemde retabel Het Lam Gods van Jan van Eyck .
  • de Sint-Niklaaskerk

Vlaamse Valei
De streek ten noorden van Gent wordt in geologische termen de ‘Vlaamse Vallei’ genoemd. De vorming van deze vallei was de laatste grote wijziging in het rivierennetwerk. De Vlaamse Vallei was één grote depressie die liep van Vlissingen, over Eeklo tot Gent. De Schelde liep tot in Gent, waar ze samen met de Rupel, de Dender, de Durme, de Leie en de Kale-Durme, via de Vlaamse vallei naar de Noordzee vloeide.

Tegen het eind van de laatste ijstijd, het Weichsel, was deze diepe vallei volledig met vooral zandige sedimenten opgevuld. Dit zand en fijner loess, afkomstig van het afbraakpuin van de gletsjers en uit de Noordzee, werden meegevoerd met de ijzige noordenwinden. Op die manier ontstonden pleistocene dekzanden die als het ware het hele reliëf afdekten en het ten dele nivelleerden. Tussen Gistel en Stekene ontstond één grote langgerekte zandrug. Die 3 à 4 kilometer brede zandbarrière damde de Vlaamse vallei volledig af. Het water van de rivieren dat voorheen via de Vlaamse vallei, ten noorden van Gent, naar zee stroomde, zocht zich een nieuwe weg. De rivieren bogen in noordoostelijke richting af. Van de oorspronkelijke vallei is nu op het eerste zicht niet veel meer in het landschap te merken.
Kort na de laatste ijstijd (13 000 jaar tot 10 000 jaar terug) verminderde de aanvoer van het dekzand. De winden kwamen nu overheersend uit westelijke richting en hadden vrij spel op het losliggende zand. Er ontstonden aan het oppervlak van de uitgestrekte Vlaamse Vallei zandige ruggen die parallel aan elkaar liggen. Het complex van kleinere en grotere ruggen en landduinen ligt ongeveer west-oost. De zandruggen steken zelden meer dan 1 meter en hoogstens 4 meter boven de omgeving uit.
Het grootste deel van het Meetjesland situeert zich binnen de Vlaamse vallei. Een uitzondering vormen de veldlandschappen. Die behoren niet tot de Vlaamse vallei, maar zijn tot ontwikkeling gekomen op een oudere, onderliggende reliëfvorm : de cuesta’s. Deze worden gevormd door een afwisseling van harde weerstandbiedende en zachte, erosiegevoelige lagen.

 

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *