Deurne

Plaatsen > Deurne

Deurne is een district van de gemeente Antwerpen. Deurne is opgedeeld in de wijken: Oost Noord Zuid West Centrum. Elke wijk telt ongeveer 10.000 tot 15.000 inwoners. Deurne is 1.310 ha groot en telde 68.365 inwoners op 31 maart 2003.

Gelegen in Deurne:

  • De luchthaven van Deurne ook wel Antwerp International Airport genoemd. Met zijn Luchtvaartmuseum 1 ( http://www.stampe.be/ )
  • Sint-Fredegandus begraafpark

Geschiedenis
Het ontstaan van een nederzetting
In de 19e eeuw breekt een nieuwe bloeiperiode voor Antwerpen aan diverse inwijkelingen uit de Kempen vinden de weg naar de opkomende grootstad en vestigen zich in Borgerhout en Deurne. Een eerste verbindingsweg tussen de wijken Noord-Centrum en Zuid wordt in de tweede helft van de 19e eeuw aangelegd. De belangrijkste geografische factor die in de sociale en economische ontwikkeling van Deurne een rol speelt is dan ook de strategische ligging naast Antwerpen.

Als vestigingsplaats voor de mens moet onze streek zeer oud zijn. Jammer genoeg weten we hierover zeer weinig. Wel werden in Deurne en onmiddellijke omgeving sporen van voorhistorische bewoning aangetroffen. Door het uitblijven van een systematisch bodemonderzoek blijft onze kennis hierover zeer miniem. Dit laatste geldt ook voor de Oud-Belgische en Romeinse perioden. Wat deze laatste betreft werden er overblijfselen aangetroffen in Antwerpen Mortsel en Kontich. Ook in Deurne werden er gevonden jammer genoeg zijn deze verloren gegaan. We vermoeden dat de Romeinse bezetting hier niet langer duurde dan tot de 3e eeuw van onze jaartelling.

Over de periode van de Frankische nederzetting zijn we evenmin ingelicht. We veronderstellen dat zich hier een kleine boerengemeenschap vestigde die waarschijnlijk gedurende een zeer lange tijd verstoken bleef van elke beïnvloeding. Wel heeft men willen bewijzen dat Deurne onder de benaming “Turnine” zou vermeld staan in een schenkingsakte van ca. 693 dit is nooit hard gemaakt. Bedoelde oorkonde is ons enkel bekend door een kopie van veel latere datum waarin niet “Turnine” maar wel “Tumme” wordt vermeldt.

De bekende Eiendijk die niet ouder is dan de 12e eeuw werd zeker niet gebouwd door monniken van het Deurnse klooster Quortolodoran dat nooit heeft bestaan. Waarheid is dat wij omtrent de vroege Middeleeuwen evengoed in het duister tasten als voor de vorige perioden. Aan de hand van enkele schaarse gegevens weten wij alleen dat rond 836 onze streek grondig werd verwoest door Noormannen. Het is niet zeker dat zij met hun schuiten de Schijn konden bevaren. Van een Deurne is er in die tijd geen sprake.

In de 12e eeuw behoorde de parochie Deurne tot het land van Rijen een onderdeel van het hertogdom Brabant dat deel uitmaakte van het Duitse Rijk. De dominiale heer was de prinsbisschop van Luik die enkel de wereldlijke macht uitoefende. Onder kerkelijk opzicht hing Deurne af van het bisdom Kamerijk. Het is de bisschop van Kamerijk die in 1185 het altaar en de kerkelijke tienden van Deurne zal schenken aan de abdij van Ename. De tol van de Eiendijk was in handen van de hertog van Brabant die er zijn notaris mee beleende. Deze verkocht het op zijn beurt in 1213 of 1214 weer aan de Sint-Michielsabdij te Antwerpen. De Eiendijk werd aangelegd in een tijd waarin behoefte was om Antwerpen via de vallei van de Potvliet en van de Schijn behoorlijk te verbinden met de Kempen.

Het Luiks domein overtrof in aanzienlijke mate het huidig gebied van Deurne en Borgerhout want het omvatte oorspronkelijk ook Borsbeek en bepaalde gronden te Merksem Schoten ’s Gravenwezel Wijnegem Wommelgem Mortsel en Boechout. Hoe de Luikse prinsbisschop in het bezit kwam van zijn Deurnse domein is niet duidelijk. Aanvankelijk had hij weinig interesse voor Deurne omdat het een streek betrof die slechts schaars bewoond was door een arme boerenbevolking. Dit verandert in de loop van de 12e eeuw met de opkomst van de steden en een bloeiende landbouw. Het feit dat het aan belang winnende Antwerpen nu vanuit Deurne gemakkelijk te bereiken was en dat de hertog optrad als tolheffer aan de Eiendijk waren voor de prinsbisschop een aansporing om de domaniale organisatie van zijn bezittingen te organiseren. Zo zien we dat in 1186 op het Bisschoppenhof een schepenbank fungeert die een vonnis velt bij geschillen. In de loop van de volgende eeuw is er een evolutie die zich ook elders merkbaar is. Personen die aanvankelijk ondergeschikten zijn van de leenheer zullen zich door het toe-eigenen van grond langzamerhand opwerken tot de ridderstand.

Vanaf 1288 doen zich in onze streek een aantal belangrijke machtsverschuivingen voor. Jan I de hertog van Brabant die door zijn overwinning bij Woeringen de handelsweg naar Rijnland had beveiligd kreeg gedaan dat de prinsbisschop afzag van zijn immuniteitsrechten op het Deurnse domein. De hertog zou hier voortaan optreden als wereldlijk heer en de Deurnse schepenbank viel van dan onder zijn bevoegdheid. De door de oorlog verarmde abdij van Ename zag zich verplicht haar Deurnse goederen en prebenden te verkopen aan de Antwerpse abdij van Sint-Michiel. De stad Antwerpen kocht de tol van de Eiendijk af. Deze nieuwe toestand blijft op enkele uitzonderingen na voortbestaan tot aan de Franse revolutie.

Belang van Antwerpen neemt toe
In de 14e eeuw wordt de greep van Antwerpen op het nabijgelegen gebied van Deurne en Borgerhout steeds sterker. De door Brabant verloren oorlog met Vlaanderen om de erfenis van de hertog Jan III en het feit dat de Vlaamse graaf Antwerpen met enkele omliggende dorpen waaronder Deurne als vuistpand bezet hield van 1358 tot 1404 brengt hieraan geen verandering. In de 15e eeuw worden de meeste grondbezitters van Deurne rijk terwijl de Deurnse boer in regel een pachter was die zijn akkers mocht bewerken op voorwaarde dat hij regelmatig de huur en de tienden betaalde. De landbouw bracht voldoende op om ten hoogste een bevolking van ca. 850 personen te voeden. Antwerpen kent een grote bloei tijdens de 16e eeuw het stadsbestuur zal niet alleen trachten de heerlijke rechten over Deurne-Borgerhout te verwerven maar zullen Antwerpse kooplieden hier overal lusthoven of kastelen bouwen. Zo’n lusthof gold als een statussymbool dat de nieuwe rijken toegang verschafte tot de adel. Kastelen als te Couwelaer Gallifort Venneborg Rivierenhof Sterckshof Boterlaarhof Lanteernhof en vele anderen dateren uit die tijd. Zij zouden veel te lijden hebben onder de inval in 1542 van Marten van Rossum en godsdienstoorlogen.

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *